Apestaartjaren 3

april 27, 2010 door johanmijs

Apestaartjaren is een tweejaarlijkse studiedag van Jeugdwerknet en Graffiti Jeugddienst. Centraal staat telkens de publicatie van een onderzoek naar mediagebruik en mediabezit bij jongeren; het onderzoek 2010 werd geleid door de IBBT-onderzoeksgroep Media & ICT (MICT) van UGent, en bevroeg 1725 jongeren uit 18 Oost-Vlaamse middelbare scholen.

MICT maakte onderscheid tussen drie profielen:
- jongeren met een mediarijke slaapkamer: gsm, mobiele game console, mp3-speler / televisie, computer, game console beschikbaar op de eigen slaapkamer (vaker jongens, eerder bij beroeps- of technisch onderwijs)
- jongeren met een mediarijke omgeving: gsm, mobiele game console, mp3-speler / andere media in de huiskamer
- jongeren met een relatief beperkt mediabezit: gsm, mp3-speler / televisie, computer in de huiskamer (vaker meisjes, minder gaming)

Een paar bevindingen uit het volledige rapport:
- 97% heeft een gsm, gemiddeld 39,21 sms-jes per dag, gemiddeld 1176 sms-jes per maand, eerste gsm op 11,18 jaar, mobiel internet in de lift (dankzij gratis Netlog/Facebook-sessies van operatoren)
- jongeren gamet gemiddeld 1,5 uur per weekdag, jonger dan 14 jaar vooral mobiele game consoles: PSP voor jongens en Nintendo DS voor meisjes
- 97% heeft een computer thuis, 69% heeft een eigen computer, top gebruik is muziek, video en chatten
- favoriete websites zijn Youtube (993), Netlog (913), Facebook (889) en pas veel lager volgt Hotmail (360), verder volgen elektronische leeromgevingen en spelletjessites
- jongeren communiceren via een bepaalde technologie met een bepaalde doelgroep: telefoneren met (groot)ouders, sms-en met beste vriend(in)en, sociaalnetwerken/chatten met vrienden, e-mail wordt meest geassocieerd met leerkrachten, leiding jeugdbeweging of sportclub
- een waarschuwend vingertje aan het eind: Informatie opzoeken, selecteren en kritisch interpreteren of media strategisch inzetten in het dagelijkse leven: de ‘digital natives’ zijn helaas nog niet van alle markten thuis. Jongeren mogen dan wel vingervlug zijn op het internet of met hun gsm, media gebruiken maakt ook deel uit van een leerproces. [...] Er ligt dus zeker een weg vrij voor media-educatie.

Apenstaartjaren vervolgde met een aantal keuzesessies. Koen Denolf van marketingbureau Markee kwam traag op gang, maar zette de uitdagingen, gevaren en regels van virale marketing op een rij met massa’s voorbeelden. Hij benadrukte het belang van seeders (invloedrijke sociale netwerkers, lijsten op bv. Adhese) om je boodschap viraal te verspreiden. Daarvoor moet je boodschap wel een seeding hook hebben, een interessant technologisch, creatief of opiniërend ‘haakje’ dat je zaadje blogvoer maakt. Verder komen ook branded utilities meer en meer op, zoals de zonneradar.nl van het Nederlandse witbier Wieckse.

De kennismaking met Netlog in een andere sessie was louter functioneel gericht. Wie ‘donkere krochten’ en visionaire API’s zoals op Facebook zoekt, komt bedrogen uit. Zelfs de béta redesign van Netlog is stevig dichtgetimmerd. Je kan adverteren als brand vanaf 2500 euro en anders moet je je wenden tot groepen à la Facebook.

De dag werd afgesloten door Tom Palmaerts van Trendwolves. Waar blijven die trendwatchers het toch halen elke keer opnieuw? 2009 was het jaar van defriending, e-holiday en e-suicide, vanaf 2010 worden sociale netwerken echt geïmplementeerd in markten en sectoren. Kernwoorden daarbij zijn: mobile, inline, lokaal, augmented, real life, control, things, new economy en lifestyle. Online en offline lopen door elkaar, zoals de bakkerij die twittert dat de broodjes warm zijn, sociale netwerken komen van pas in het pashokje via Just Bought It en jongeren zien het internet enkel nog via het schermpje van hun mobieltje, dus via hun sociaal netwerk. Facebook of Netlog down = ‘t internet is kapot.

Leen een ei van je buur: bibliotheekorganisaties in Nederland

april 22, 2010 door johanmijs

Net zoals in Vlaanderen zijn er in Nederland heel wat landelijke en provinciale bibliotheekorganisaties aan de slag. Na een stevige reorganisatie op landelijk niveau – die niet toevallig een deel van de kaas heeft gehaald uit Vlaanderen, is het weer even wennen. Het landschap boven de Moerdijk zou er nu ongeveer zo moeten uitzien:

- de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) (medewerkers) = de brancheorganisatie voor openbare bibliotheken in Nederland. Deze organisatie was vroeger allesomvattend, en wordt nu afgesplitst van twee onderstaande organisaties die meer onder toezicht staan van het Rijk. In Vlaanderen leunt de VOB in zijn functie van belangenvereniging nog het meest aan bij de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD), hoewel VVBAD meer partijen bedient (alle bibliotheken, archieven en documentatiecentra) en ‘historisch’ minder gewicht heeft. Er is in Nederland ook nog zoiets als de Nederlandse Vereniging voor Beroepsbeoefenaren in de Bibliotheek-, informatie- en kennissector (NVB) die een belangenvereniging is van bibliotheekmedewerkers.

- het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) (medewerkers) = in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) coördineert het Sectorinstituut alle plannen die erop gericht zijn de bibliotheeksector te vernieuwen en te versterken. Voorbeelden van andere culturele Sectorinstituten zijn bijvoorbeeld: Muziekcentrum Nederland, Erfgoed Nederland, . SIOB komt in dit lijstje vrij goed overeen met LOCUS, het Vlaamse steunpunt voor lokaal cultuurbeleid (een fusie tussen het vroegere Vlaams Centrum voor Openbare Bibliotheken (VCOB) en Cultuur Lokaal) – een concept dat de Nederlandse wetgever niet kent. Naast openbare bibliotheken, bedient LOCUS immers ook cultuurcentra en gemeenschapscentra.

- de Stichting Bibliotheek.nl (medewerkers) = draagt bij aan de uitbreiding en het beheer van de landelijke digitale bibliotheek, in opdracht van de gezamelijke bibliotheken. De taken van Bibliotheek.nl komen dus goed overeen met die van Bibnet (een ‘digitale’ deel van het vroegere VCOB).

- ook de Koninklijke Bibliotheek van Nederland speelt een belangrijke rol in de op stapel staande digitale projecten. Een sleutelrol in de openbare bibliotheeksector die veel minder voor de hand ligt voor de Koninklijke Bibliotheek van België, een van de weinige federale wetenschappelijke instellingen die ons land (hoelang nog?) rijk is. In Nederland werken de wetenschappelijke bibliotheken en openbare bibliotheken ook formeler samen, onder meer door de complementaire werking van de Plusbibliotheken (vroegere WSF-bibliotheken: openbare bibliotheken met een ‘wetenschappelijke steunpuntfunctie’) met de universitaire en Koninklijke bibliothe(e)k(en) (UKB). Plusbibliotheken, UKB en VOB werken samen in het ambitieuze consortium Gemeenschappelijke Informatie-infrastrtuctuur (GII).

Onder het landelijke niveau beschikt Nederland over een aantal provinciale service-organisaties, die vooral de basisbibliotheken facilitair ondersteunen. De concrete invulling van die taak durft per provincie te verschillen, net als hun namen: Biblionet Drenthe, Servicecentrum Flevolandse Bibliotheken, Bibliotheekservice Fryslan, Biblioservice Gelderland, Biblionet Groningen, Bibliotheekhuis Limburg, Cubiss (Noord-Brabant), Probiblio (Noord- en Zuid-Holland), Overijsselse Bibliotheekdienst, Bibliotheek Service Centrale Utrechtse Bibliotheken en de Zeeuwse Bibliotheek.

In Vlaanderen kennen de vijf provincies als taken een streekgerichte bibliotheekwerking en een provinciaal bibliotheeksysteem (PBS): Ovinob (Oost-Vlaanderen), Winob (West-Vlaanderen), Streekgericht Bibliotheekbeleid Vlaams-Brabant, Bibliotheeknet Limburg en Provinciaal BIbliotheekcentrum Antwerpen. Het gewest Brussel heeft een eigen Nederlandstalige bibliotheekorganisatie onder de hoede van de Vlaamse Gemeenschapscommissie: Bruno.

Aanvullingen of opmerkingen bij dit ‘over het muurtje kijken’ zijn bijzonder welkom in een reactie hieronder …

Virtual revolution: the great levelling?

april 19, 2010 door johanmijs

Wie de eerste aflevering van de BBC-documentaire The Virtual Revolution heeft gemist, kan die herbekijken op de website van Canvas (met live twittercommentaar, blogposts, etc.). Tussen mooie plaatjes van Ghana, interessante interviews met webiconen, verrassend ook de krachtige stelling dat het democratiserende web – volgens de BBC onder invloed van hippie-idealen opgerichte – elitaire en hiërarchische trekjes begint te krijgen.

De oprichter van Wikipedia, Jimmy Wales, heeft zelf vragen bij de evolutie van zijn user-generated wiki naar een vrij strikte door een arbitration committee bewaakte encyclopedie (52’07): it’s easier to get quality with more people participating. [...] Instead of truth emerging by consensus, increasingly it has to be policed.

Sir Tim Berners-Lee, ‘uitvinder’ van het internet, ziet centrale controle groeien op het net (51’21). In sommige landen grijpen de grote brands als Google, Facebook, Apple en Microsoft de macht, in andere landen werpt de overheid zich op als regelaar. De hiërarchieën en elites op het web weerspiegelen meer en meer de maatschappijstructuren van de fysieke wereld.

Een van die structuren die op het internet aan belang lijkt te winnen – en die amper aan bod komen in dit Amerikaans-Britse verhaal, zijn landsgrenzen. Het world wide web wordt met de dag territorialer, en kleinere markten worden daar de dupe van. Grote ‘gratis’ succesvoorbeelden zoals Last.fm, Pandora, Lala.com, Hulu, Google Books, … richten zich enkel op de VS of landen met een advertentiemarkt die groot genoeg is om auteursrechten te vergoeden.

Technologie, brands en auteursrechten worden de nieuwe gatekeepers. In landen of culturen die de webmonopolies marginaal vinden, is het mee aan de overheid om online cultuurspreiding te doen via openbare instellingen als omroepen, musea, archieven of bibliotheken. Die zullen, paradoxaal genoeg, veel meer tegemoetkomen aan de vroegste idealen van het internet. In Nederland hebben ze het alvast begrepen, dat kan je lezen in het advies Netwerken van betekenis van de Raad voor Cultuur, p. 9 en volgende: ‘Cultuurbeleid is geen economisch beleid’.

Ugame Ulearn 2010

april 2, 2010 door johanmijs

Ugame Ulearn 2010 The user experience had – nog meer dan vorig jaar – goede internationale sprekers op het programma. Het discours van die sprekers was groundbreaking voor het bibliotheek 2.0 verhaal in VS en velen waren dan ook benieuwd hoe hun denken de laatste drie jaren was geëvolueerd.

David Lee King gaf een vrij theoretische uiteenzetting over hoe je de fysieke ervaring van de bibliotheek ook online kan brengen. On- en offline zijn mekaars verlengstukken en kunnen succesvol zijn in de commerciële wereld, zoals bij American Girl en Harley Davidson. Bij het redesign van de website van Topeka Public Library let hij vooral op efficiënte touchpoints met de klanten – ‘fix the potholes in the road’. King gaf niet de indruk op de hoogte te zijn van best practices in andere bibliotheken.

Michael Edson had een sterk beleidsmatige insteek over de webstrategie van het Smithsonian Institute, het grootste museumcomplex ter wereld. Onder de slogan ‘vast, findable, shareable and free’ wil het museum online diensten cultiveren (i.p.v. bouwen). Dit organisch proces is te volgen op een wiki en gaat uit van vier use cases (museumbezoeker, leraar, ‘millenial’, amateurwetenschapper). Navraag bij Edson leerde dat de persona’s zijn gebaseerd zijn op doorgedreven internetbevraging en interne expertise.

Wat zich aankondigde als een saaie skypsessie, werd een bijzonder onderhoudende babbel. Gary Vaynerchuk, succesvol internetondernemer van o.a. Winelibrary.com en auteur van Crush it, investeerde veel tijd in goede content. Content is steeds goedkoper op het internet, maar die content op een doordachte en relevante manier aanbieden is de enige manier om iemands online aandacht te krijgen, en dus veel geld waard. Volgens hem moeten bibliotheken mediabedrijven worden die gepassioneerd bezig zijn met content.

Om de dag af te sluiten, beloofde Michael Stephens spektakel. De evangeliserende bibliotheek 2.0-guru uit Illinois bleef echter hangen bij esotherische plaatjes en dooddoeners. Een onderschatting van de lage landen of weinig evolutie in zijn verhaal?

Over het algemeen bleef vooral de indruk hangen dat het ‘post 23 dingen’-tijdperk in de VS nog niet goed in kaart is gebracht en dat de Amerikanen zich vooral bezighouden met zichzelf of met hun eigen bibliotheek – en een beetje DOK ;-) . Misschien tijd voor een learning 3.0 waarbij men verder kijkt dan de lands- of taalgrenzen. Wat niet altijd evident is in internettijden – maar dat is voer voor een andere post.

Een gedetailleerder verslag is beschikbaar bij de blogger in residence, Jan Klerk.

Datavisualisatie of de nieuwe browse

maart 3, 2010 door johanmijs

Deze hadden jullie nog tegoed. Even terugkomen op het Top technologie trends panel op de voorbije VVBAD Informatie aan zee in september. Collega Peter De Keyser, Stefaan Froyman (WINOB), Saskia Scheltjens (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte UGent), Patrick Vanhoucke (VGC Bruno) en ikzelf kregen anderhalf uur de aandacht van een bomvolle Delvauxzaal in het Casino van Oostende. Mijn twee trends: datavisualisaties en inside out. Over die laatste heb ik het in een volgende post.

De zoekbox kennen we onderhand. Maar kurkdroge zoekresultaten stimuleren niet altijd ontdekking. Find heeft browse wat in de verdrukking gebracht. Op Zoeken.bibliotheek.be trekt de eerste pagina met zoekresultaten 86% van de aandacht, de tweede 5%, de derde 2,5% en het gebruik van de volgende pagina’s wordt echt marginaal. Google countert dat probleem met Google Universal Search dat op een heel doordachte manier zoveel mogelijk informatie op de eerste pagina willen etaleren: insprongen met apart doorzoekbare ‘verticale’ zoekmachines in Google News, Images, Youtube, … laten op de Google page van Barack Obama meer informatie ‘opborrelen’ dan je zou vermoeden.

Als bibliotheken kunnen we nog even dromen van een universal search, maar we hebben wel ervaring met datavisualisatie, denk maar aan de klassieke ‘zoekbomen’. In onderstaande presentatie worden een aantal datavisualisatiemogelijkheden toegelicht.

Lees de rest van dit onderwerp »

A receipt for courtship

februari 14, 2010 door johanmijs

Vanuit een drang om ‘digitaal’ te willen zijn, ontvangt de bibliotheeksector aanbieders van digitale content met open armen. Die aanbieders blijken soms koele minnaars met een eenzijdig business model en weinig oog voor integratie. Hieronder een recept voor hoofse liefde tussen bibliotheek en contentleverancier:

1. leg technologisch de klemtoon op meetbaarheid, extreme gebruiksvriendelijkheid en optimale integratie in de EIGEN bibliotheekzoekomgeving
2. get the product right!: onderzoek de vraag en gebruiksbehoefte:
3. onderzoek experimentele win-win businessmodellen met de content-leverancier
4. zoek naar een efficiënt organisatiemodel voor samenaankoop
5. zet van bij het begin in op lokaal draagvlak en meerwaarde (bv. piloten, lokale content)

Onderstaande presentatie van op de Bibnet Denk-en Discussiedag over collectiebeleid biedt meer kader en denkvoer.

DigiLeen #fail what’s next?

december 3, 2009 door johanmijs

DigiLeen (een beperkt aanbod van digitale muziek, vooral klassiek en jazz, via tijdelijke downloads) kent steeds minder actieve gebruikers. Het project wordt toch verlengd tot oktober 2010 om de huidige DigiLeners van dienst te zijn en ruimte te maken voor een opvolger. Een heel grondige evaluatie van het gebruik van DigiLeen in Vlaanderen tussen oktober 2008 en juni 2009 kan je hier nalezen. Heeft DigiLeen gefaald?

Ja en nee. De zwakke kanten van het project waren al van bij het begin bekend: de oude en ongebruiksvriendelijke technologie (bij raming 70% van de potentiële leners krijgt DigiLeen niet geïnstalleerd!) en het beperkte aanbod. Daardoor blijven het aantal leners en het terugkeereffect onder de verwachtingen: slechts een tiende van de in totaal 8.844 digiLeners zijn maandelijks actief.

Maar er zijn belangrijke lessen geleerd. Het project is in Vlaanderen het eerste voorbeeld van het thuisgebruik van digitaal aanbod in openbare bibliotheekcontext en zet ook een digitaal muziekaanbod van bibliotheken op de kaart – het initiatief is ondertussen wijd bekend bij platenlabels, media en beheersvennootschappen.

Heel wat interessante conclusies sluiten het evaluatierapport af, ik vat er hieronder enkele samen.


Lees de rest van dit onderwerp »

Studiedag #muziekdigitaal

november 3, 2009 door johanmijs

De studiedag muziekdigitaal op 28 oktober van Muziekcentrum Vlaanderen kwam er op vraag van de muzieksector, vooral onder impuls van enkele startups (Tagger.fm, Musescore, Motion Music Manager, Tunify, …)

Een bijzonder divers publiek luisterde eerst naar Andrew Dubber, professor aan de Birmingham School of Media, en auteur van o.a. The 20 Things You Must Know About Music Online. Dubber focust op Marshall McLuhans stelling ‘the content of a new medium is its predecessor’. Hij vergelijkt de muziekindustrie met Peter Jackson die, in plaats van een CGI-film te maken in Nieuw-Zeeland, de pagina’s van het Tolkiens boek Lord of the Rings filmt. ‘Stop making music, start making internet’, is zijn devies. Gevolg is dat auteursrecht een anachronisme is en enkel dient om de toegang tot muziek te verhinderen.

Auteursrecht werd een rode draad doorheen de dag, zeker als je Joost Smiers, auteur van Adieu auteursrecht, lijnrecht tegenover Fabienne Brison (o.a. advocate van Copiepresse in de rechtzaak tegen Google News) zet. Het vroegtijdige vertrek van Smiers en de dominante aanwezigheid van de Belgian Entertainment Association en Sabam, fnuikte elke vorm van debat – de meeste aanwezigen in de zaal werken aan innovatieve muziekprojecten en trappen liever niet op de tenen van de eerder genoemde beheersvennootschappen.

Een – voor mij nieuw – begrip waar zowel door voor- als tegenstanders van het auteursrecht werd gegoocheld is het ‘level playing field’: het zoeken naar gelijke kansen voor elke artiest en een evenwicht in de muziekindustrie. De bibliotheek is een level playing field bij uitstek.


Lees de rest van dit onderwerp »

Bad is good for you – repeat this: bad is good for you

mei 28, 2009 door johanmijs

Vanaf vorige week is de schitterende HBO-televisieserie The Wire – eindelijk – in België te bekijken op Acht, een digitale zender enkel beschikbaar op Telenet en Belgacom Digital TV. Elke liefhebber heeft de dvd-boxen natuurlijk al lang aangeschaft en meerdere keren bekeken. De serie wordt terecht de hemel in geprezen en is een modelvoorbeeld van hoe ‘populaire cultuur’ kan wedijveren met de klassieke septem artes liberales.

Dat is ook de centrale stelling van het boek Everything bad is good for you (2005) van Steven Johnson. Johnson probeert aan te tonen hoe onze samenleving onderhevig is aan een Sleeper curve: zelfs de passieve couch-patatoe die plaatsneemt voor televisie, gameconsole of computer ontwikkelt onbewust nieuwe en zeer complexe vaardigheden.

Die vaardigheden vat hij aan de hand van een hoofdstuk over games samen als probing en telescoping. Probing is het bijna op Hegeliaanse manier op zoek gaan naar een oplossing: in een game ga je muisklikkend op zoek de oplossing, je bouwt steeds nieuwe hypothesen op om je volgende level te halen. Telescoping is de vaardigheid om al die hypothesen en oplossingen aan elkaar te rijgen, er structuur, sequentie en verhaal in te brengen.

Ook televisie, film en het internet stimuleren het gebruik van die nieuwe skills. Johnson’s boek is nogal onevenwichtig en gaat bijzonder vlug over die twee laatste heen. In het laatste hoofdstuk struikelt hij bovendien over semi-wetenschappelijke neurologische verklaringen en sleurt hij er ook het Flynn effect, een theorie die stelt dat ons IQ elke generatie stijgt, bij.

Wat me echt bijblijft aan dit boek is hoe sterk economische drijfveren in media en technologie onze cultuurbeleving beïnvloeden. De verschuiving van het vroegere ‘eenmalig’ uitzenden naar record, time-shift en on demand televisiekijken heeft ertoe geleid dat de complexiteit van alle verhalen en shows op televisie exponentieel stijgt: zelfs simpele kwisprogramma’s of soaps vragen nu meer van de kijker dan vroeger. De geldschieters die vroeger aandrongen op least objectionable programming, gaan nu vol voor most repeatable programming: heruitzendingen, dvd’s en fansites waar elke aflevering tot op het detail wordt bediscussieerd, zijn veel meer waard dan de première.

No wonder networks were so afraid to challenge and confuse; if the show didn’t make complete sense the first time around, that was it. There were no second acts. [...] Now, repeats are more lucrative than original runs.

UGame Ulearn

april 23, 2009 door johanmijs

Ugame Ulearn vond op 23 april 2009 voor de tweede keer plaats in Delft. Een hip eendaags bibliotheekcongres, met heel wat internationale sprekers op het programma, ingericht door Erik Boekestijn en Jaap van de Geer van DOK en Liesbeth Mantel van TU Delft.

De keynote van Helen Blowers, uitvinder van de oorspronkelijke 23 Things, beloofde veel goeds voor de rest van de dag (en joepie, ik mocht ook op de foto met haar als trouwe 23dingen.be apostel!). In ware Obamastijl kondigde ze een need for change! aan die meteen werd geëchoed door de tientallen twitteraars in het auditorium. Verandering die volgens haar zal ontstaan met een zeker vorm van rebirth, zoals de feniks uit Harry Potter en de mythologie. Iedere bibliotheek moet zijn of haar feniks zelf bepalen, en vooral deeply local gaan op het verschil te maken. Het grootste gevaar is de afhankelijkheid van formats, zoals bibliotheekmaterialen of gebouwen. Een bibliothecaris moet een lifebrarian worden die motiveert en engageert om te ontdekken, nieuwsgierig en creatief te zijn.

Na de middag preekte Father Roderick op een zeer vermakelijke manier zijn eigen hagiografie – Roderick is een geslepen Utrechtse priester die de kansen van web 2.0 aanwendt ten dienste van de kerk. In zijn sermoen De oude instituten en de nieuwe media, doorsprek met iPope en Star Wars, was de – als je eens nadenkt, eigenlijk wel correcte – link tussen de kerk en de bibliotheek nooit veraf.

Andere presentaties en ook het afsluitend debat vielen wat zwak uit, maar gelukkig was er de presentatie (op speed) van de Australische Cathryn Greenhill. Greenhill bleef nog onder mijn radar, maar doet schitterende dingen met de Free concepten van Chris Anderson en Kevin Kelly. Belangrijkste vraagstuk daarin is hoe bibliotheken, die deel uitmaken van de distribution and access industry in de opkomende gratismodellen (zie ook mijn post Freeconomics) een meerwaarde kunnen leveren = being better than free. Door findability, interpretatie, personalisatie en zoeken naar generatives (meerwaarden die niet kunnen worden gekopieerd op het net). Meer daarover ongetwijfeld in volgende blogposts.

ULearn UGame was vandaag ook al blogvoer voor Jan Klerk, en er zullen ongetwijfeld nog vele andere bibliobloggers volgen.