Studie over de digitale openbare bibliotheek in Vlaanderen

By johanmijs

Na een rondje op beleidsniveau is de studie De digitale openbare bibliotheek in Vlaanderen eindelijk publiek beschikbaar. Je vindt ze samen met wat kaderende informatie op de VCOB-website.

Het rapport is het resultaat van het werk van een aantal workshops met bibliotheek- en niet-bibliotheekvisionairen onder leiding van Jo Caudron van ONe Agency, met Peter Hinssen en Toon Lowette behorende tot een selecte club van Belgische internetpioniers. De workshops waren total chaos, chapeau voor One om er wat structuur in te brengen. Even de toon zetten met een in ’sense of urgency’ gevatte paragraaf uit de studie:

Als de openbare bibliotheek er op termijn niet in slaagt om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit, zullen globale commerciële spelers die rol op zich nemen en dan dreigt een dramatische situatie te ontstaan met verschillende mogelijke gevolgen: vooreerst zal het democratische karakter van inhoud en cultuur verdwijnen, naarmate ze niet langer “van iedereen zijn”. Ook veel inhoud en betekenis verdwijnt, zodra ze niet meer commercieel rendeert. Door de globale aard van de commerciële spelers zal er geen ontwikkeling bestaan van een Vlaamse culturele en informatieve digitale ruimte. De bibliotheek verdwijnt dan als hoeder voor blijvend vrij gebruik van een kritische hoeveelheid cultuur en informatie. (p.10)

Dringend zoeken naar oplossingen dus … Het resultaat werd een vrij leesbaar document met enkele rake en heldere concepten. De concrete uitwerking is aan de openbare bibliotheken, overheden, samenwerkingen, en een nieuwe ‘digitale bibliotheek’-organisatie die uit de schoot van het VCOB zal groeien. Bibliotheekr.org tackelt alvast een vleugje awareness.

Om kort iets meer over de inhoud te zeggen: we leggen meteen even de vinger op de wonde. De bibliotheek van vandaag kampt met een stoffig, ’ssht’-imago en wordt gerund door een Nancy Pearl (zie afbeelding live action doll, of voorzichtig gezegd op p.5: ‘het huidige profiel van de gemiddelde medewerker is mogelijk een remmende factor’). Door de willekeurige aansturing van verschillende overheden is er veel versnippering en te weinig eenduidigheid in de dienstverlening, en het huidige gecommercialiseerde legale kader betreffende digitale informatie negeert het bestaan van openbare bibliotheken.

De introductie tot Web 2.0 (p.21) is ’smooth’ te noemen. Het hoofdstukje Bibliotheek 2.0 is wegens tijdsgebrek veel minder uitgewerkt, maar daar is ondertussen deels aan verholpen door een gericht bezoek aan ALA, blogreading en het smeden en presenteren van enkele bibliotheek2.0-presentaties. Wat volgt is een interessante analyse van de ‘paradigmaverandering’ veroorzaakt door recente evoluties op het web: een verschuiving van tijd, plaats en vooral autoriteit.

Op dat laatste wordt knap ingegaan met een visualisatie (p.35) van de groei van de bibliotheek als ‘gatekeeper’ (gesloten) en ‘curator’ (etalages maken) naar ‘gids’ (ook voor informatie buiten de bib) en ‘participant’ (op gelijke voet met derden). Belangrijk is ook dat we blijven geloven in de kracht van de fysieke bibliotheek als informatie-afhaalpunt, ontmoetingsruimte, openbare computerruimte en als verankering voor unieke lokale ‘content’.

Naast awareness, wordt een van de urgentste taken het smeden van banden met online informatiebrokers, de cultuureconomie en de educatieve wereld. Er werd door ONe ook een roadmap uitgetekend met projecten die in het bakje komen te liggen van de nieuw op te richten organisatie. We zijn die op het VCOB alvast grondig aan het bestuderen. Er breken boeiende tijden aan voor openbare bibliotheken … Bewijs van de eye-openende kracht van de studie: de twee bibliotheken die betrokken waren bij de workshops (Brugge en Antwerpen) vatten de koe meteen bij de web2.0-horens.

Categorie:

Reageer