In The Long Tail (2006) stelt Chris Anderson aan de hand van het voorbeeld van Amazon dat er meer te verdienen valt met een grote stock van oudere boeken dan met met de nieuwste releases. In FREE suggereert hij dat er meer te verdienen valt op het internet met zaken gratis weg te geven dan mensen ze te laten kopen.
Anderson lichtte eind februari al een boeiend tipje van de sluier in een voorpublicatie in zijn tijdschrift Wired. Hij gaf ook al een felgesmaakte presentatie over het onderwerp op Nokia World in december 2007.
Het artikel is echt een aanrader: bibliotheken bewegen zich nu al met hun collecties en diensten in ‘the realm of the free’, maar het wordt drummen voor een plaatsje tussen de nu nog vaak als ’illegaal’ bestempelde, maar straks wellicht ‘gratis’ content en diensten van het internet. Ik heb enkele van de strafste uitspraken met een beetje commentaar voor jullie op een rijtje gezet.
The main feedstocks of the information economy — storage, processing power, and bandwidth — are getting cheaper by the day. Two of the main scarcity functions of traditional economics — the marginal costs of manufacturing and distribution — are rushing headlong to zip.
De drijvende kracht achter dit Freeconomics-verhaal is de ongebreidelde groei van computerkracht. De kosten voor productie en distributie worden quasi herleid tot nul. Denk maar even aan de nieuwe gratis Yahoo-mailboxen met ‘oneindig grote’ opslagcapaciteit.
A free lunch doesn’t necessarily mean the food is being given away or that you’ll pay for it later — it could just mean someone else is picking up the tab.
Er is geen gratis lunch: iemand anders betaalt ervoor. Dat is de ruggengraat van Freeconomics. Anderson zet de heersende modellen op een rijtje:
1. Freemium: voor elke gebruiker die een premium versie koopt, zijn er 99 die gratis van de basisversie kunnen gebruik maken
2. Advertenties: online advertenties zijn booming business
3. Kruisbestuivingen: een gratis product zet je aan om voor iets anders wel te betalen (bv. gratis cd voor een live concert)
4. Producten met een marginale kost: de distributie van online content kost eigenlijk bijna niets en toch kost een album op iTunes nog $9.99.
5. Ruilhandel: het is gratis omdat je er iets voor in de plaats geeft: dat kunnen privé gebruiksgegevens zijn, of je opgeladen foto’s op Flickr, je vrienden op Facebook enz.
6. Gifteconomie: altruïstische projecten, vaak open source met een community als auteur, zoals Wikipedia
The “attention economy” and “reputation economy” replace monetarian economy.
Het gaat niet meer om geld, maar om aandacht en reputatie. Wat is goed, actueel en betrouwbaar? Bibliotheken verliezen hun unieke positie van laagdrempelige (in de zin van gratis) contentaanbieder en ze zullen meer en meer moeten inzetten op een nieuw soort waardepapieren.
On the one hand information wants to be expensive, because it’s so valuable. The right information in the right place just changes your life. On the other hand, information wants to be free, because the cost of getting it out is getting lower and lower all the time. So you have these two fighting against each other.
Een dilemma van Stewart Brand dat Andersons denkwerk overheerst en waar bibliotheken middenin zitten. Het idee Information wants to be free dateert al uit de jaren 80 en was het motto van de zogehete cyberpunks die aan de wieg stonden van verschijnselen als hacking, maar ook Creative Commons.
Tags: freeconomics
maart 19, 2008 om 2:28 am |
Een mooie inleiding. Ik moet dat artikel nog steeds eens op het gemakje lezen. Ik ben benieuwd naar het boek ook.
Bedankt!
maart 22, 2008 om 4:58 pm |
Het principe van “Freemium” (voor iedere gebruiker die een premiumversie koopt, zijn er negenennegentig die gratis van de basisversie gebruik kunnen maken) spreekt me enorm aan, met name als een tegemoetkoming bij het gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk. Laat diegenen die auteursrechtelijk werk zelf weer willen “verzilveren” (commercieel aanwenden) er voor betalen en stel het gratis ter beschikking aan de anderen. Eigenlijk het principe van “de vervuiler betaalt”, maar dan toegepast op de informatie-industrie. Alleen… hoe controleer je zoiets en onderscheid je de commerciële van de niet-commerciële gebruiker?
Het principe van “Freemium” komt trouwens alleen maar tegemoet aan de problematiek van het vermogensrecht, niet aan de problematiek van het morele recht.
november 2, 2008 om 10:30 pm |
[...] van de kost van data, en zeker metadata, totaal is gedevalueerd (zie ook een eerdere post over Freeconomics). Maar dat is niet zo: in de bibliotheekwereld alleen al kost het jaarlijks miljoenen euro’s [...]
november 19, 2008 om 12:39 am |
[...] is dit model wel de enige haalbare toekomst voor een digitaal aanbod van bibliotheken? Thuis een freemium smaakmakende insperience en hup naar de bibliotheek voor de premium full experience. Want [...]
januari 24, 2009 om 11:34 am |
Misschien interessant ter aanvulling van deze blog tekst, een resem filmpjes van Chris Anderson die eind 2008 is komen spreken op het Creativity Word Forum in Antwerpen over Free.
april 23, 2009 om 8:30 pm |
[...] uitmaken van de distribution and access industry in de opkomende gratismodellen (zie ook mijn post Freeconomics) een meerwaarde kunnen leveren = being better than free. Door findability, interpretatie, [...]