I see you: marketing voor preschoolers, kids, tweens en teens

By johanmijs

Welcome to the marketing world. Een luidruchtige wereld die bibliotheek-, ja zelfs cultuurmensen, even met verstomming slaat.

ICU (lees ‘I see you’) is een tweejaarlijks marketing event dat zich richt op marketing voor kinderen en jeugd. Gimmick en setting was dit jaar het thema Wrestling. Interessant als concept (presentaties vanuit de ring), vermoeiend door het gebazel van twee table officials in slecht Engels.

De ochtend was vrijwel geheel gewijd aan Nickelodeon, een wereldspeler op het gebied van entertainment voor kinderen. J. Alison Bryant, auteur van enkele boeken over kinderen en communities in de media, ziet games als een grote kans voor de klassieke media, onderwijs en de reclamewereld. Een grote bedreiging is de enorme voorzichtigheid waarmee zowel onderzoekers als developers zich moeten wapenen om de Amerikaanse Children Protection Act niet voor de borst te stoten.

De markt bij de Preschoolers (2-5) groeit in de VS zeer sterk, met de ontwikkeling van kleuterconsoles van VTech en LeapFrog. Kids (6-9 jaar) zoeken beschutting in steeds dezelfde, veilige virtuele werelden als Webkinz, Club Penguin, Nick jr. en Neopets. Tweens (10-12) zijn de zwaarste gamers, zoeken naar een online identiteit en ‘like being able to constantly talk to another person’.  Bij Teens heb je de hardcore gamers die filmpjes op YouTube zetten van hoe ze een NPC in Runescape hebben verslagen, en de zelfverklaarde niet-gamers. Niet-gamers spelen wel massaal snack-sized games, verslavende eenvoudige spelletjes om de tijd te doden. Beide profielen vinden we massaal terug achter de pc’s van de bibliotheek.

In de namiddag presenteerde Joeri Van Den Bergh van Insites de boeiende resultaten van een visueel etnografisch onderzoek van veertig 13 tot 17-jarigen (jongeren fotografeerden bv. hun slaapkamer en benoemden hun favoriete spullen, gaven aan met wie ze sms-ten, etc.).

Enkele kenschetsende observaties: de meeste tieners willen niet opvallen en zien er hetzelfde uit. Differentiatie gebeurt door middel van accessoires zoals oorbellen, riemen, zelfs haargel en parfum. Hun meest typische objecten zijn hun iPod (hun muziek) en gsm (vrienden in hun adresboek en herinneringen in hun tekstberichtjes). Ze bouwen een persoonlijk ME-seum op hun slaapkamer, dat ze ook spiegelen in hun profiel op sociale netwerken (vooral Netlog in België, Facebook is eerder 17+). Ze hebben een Best Friend Forever en veel van hun chatverkeer gaat enkel over het onderhouden van die BFFE relatie. En jongeren zijn vooral moe. Hun receptoren zijn overbelast door een online en offline veelheid aan prikkels. Kids are getting older younger.

Zijn we nu weer mee? Ik weet het niet. Sommige van de onderzoeken leken me – as we speak – verouderd te zijn. De segmentering in leeftijd blijkt echt cruciaal; ook in de bib moeten we daar meer rekening mee leren houden. Er is bovendien de wetmatigheid dat iedere leeftijdsgroep marketingwise opkijkt naar de volgende (een soort van conspicuous consumption), en dan nog enkel van hetzelfde geslacht. De echte tienerwereld drijft op een aantal tegenstellingen die je plaats in die wereld bepalen (vrij naar Van Den Bergh). Ben je een jumper, een seut, een fashion boy of een breezersletje? Conclusie: dé jeugdafdeling bestaat niet?

Kwamen bibliotheken en boeken ter sprake op ICU? Toch wel: de meeste tienermeisjes hebben boeken (genre: fantasy) op hun nachtkastje liggen. En Dirk Lorré van Kids2 had het over positieve gedragsverandering door beloning en verwees naar enkele leesbevorderende projecten in de VS die het lezen van een boek beloonden met een prijs of zelfs cash. De beloning is niet meer het verhaal op zich.

Categorie: , , ,

Eén reactie naar “I see you: marketing voor preschoolers, kids, tweens en teens”

  1. Edwin zegt:

    Interessant!
    Bedankt voor het verslag.

Reageer