Bad is good for you – repeat this: bad is good for you

Vanaf vorige week is de schitterende HBO-televisieserie The Wire – eindelijk – in België te bekijken op Acht, een digitale zender enkel beschikbaar op Telenet en Belgacom Digital TV. Elke liefhebber heeft de dvd-boxen natuurlijk al lang aangeschaft en meerdere keren bekeken. De serie wordt terecht de hemel in geprezen en is een modelvoorbeeld van hoe ‘populaire cultuur’ kan wedijveren met de klassieke septem artes liberales.

Dat is ook de centrale stelling van het boek Everything bad is good for you (2005) van Steven Johnson. Johnson probeert aan te tonen hoe onze samenleving onderhevig is aan een Sleeper curve: zelfs de passieve couch-patatoe die plaatsneemt voor televisie, gameconsole of computer ontwikkelt onbewust nieuwe en zeer complexe vaardigheden.

Die vaardigheden vat hij aan de hand van een hoofdstuk over games samen als probing en telescoping. Probing is het bijna op Hegeliaanse manier op zoek gaan naar een oplossing: in een game ga je muisklikkend op zoek de oplossing, je bouwt steeds nieuwe hypothesen op om je volgende level te halen. Telescoping is de vaardigheid om al die hypothesen en oplossingen aan elkaar te rijgen, er structuur, sequentie en verhaal in te brengen.

Ook televisie, film en het internet stimuleren het gebruik van die nieuwe skills. Johnson’s boek is nogal onevenwichtig en gaat bijzonder vlug over die twee laatste heen. In het laatste hoofdstuk struikelt hij bovendien over semi-wetenschappelijke neurologische verklaringen en sleurt hij er ook het Flynn effect, een theorie die stelt dat ons IQ elke generatie stijgt, bij.

Wat me echt bijblijft aan dit boek is hoe sterk economische drijfveren in media en technologie onze cultuurbeleving beïnvloeden. De verschuiving van het vroegere ‘eenmalig’ uitzenden naar record, time-shift en on demand televisiekijken heeft ertoe geleid dat de complexiteit van alle verhalen en shows op televisie exponentieel stijgt: zelfs simpele kwisprogramma’s of soaps vragen nu meer van de kijker dan vroeger. De geldschieters die vroeger aandrongen op least objectionable programming, gaan nu vol voor most repeatable programming: heruitzendingen, dvd’s en fansites waar elke aflevering tot op het detail wordt bediscussieerd, zijn veel meer waard dan de première.

No wonder networks were so afraid to challenge and confuse; if the show didn’t make complete sense the first time around, that was it. There were no second acts. […] Now, repeats are more lucrative than original runs.


UGame Ulearn

Ugame Ulearn vond op 23 april 2009 voor de tweede keer plaats in Delft. Een hip eendaags bibliotheekcongres, met heel wat internationale sprekers op het programma, ingericht door Erik Boekestijn en Jaap van de Geer van DOK en Liesbeth Mantel van TU Delft.

De keynote van Helen Blowers, uitvinder van de oorspronkelijke 23 Things, beloofde veel goeds voor de rest van de dag (en joepie, ik mocht ook op de foto met haar als trouwe 23dingen.be apostel!). In ware Obamastijl kondigde ze een need for change! aan die meteen werd geëchoed door de tientallen twitteraars in het auditorium. Verandering die volgens haar zal ontstaan met een zeker vorm van rebirth, zoals de feniks uit Harry Potter en de mythologie. Iedere bibliotheek moet zijn of haar feniks zelf bepalen, en vooral deeply local gaan op het verschil te maken. Het grootste gevaar is de afhankelijkheid van formats, zoals bibliotheekmaterialen of gebouwen. Een bibliothecaris moet een lifebrarian worden die motiveert en engageert om te ontdekken, nieuwsgierig en creatief te zijn.

Na de middag preekte Father Roderick op een zeer vermakelijke manier zijn eigen hagiografie – Roderick is een geslepen Utrechtse priester die de kansen van web 2.0 aanwendt ten dienste van de kerk. In zijn sermoen De oude instituten en de nieuwe media, doorsprek met iPope en Star Wars, was de – als je eens nadenkt, eigenlijk wel correcte – link tussen de kerk en de bibliotheek nooit veraf.

Andere presentaties en ook het afsluitend debat vielen wat zwak uit, maar gelukkig was er de presentatie (op speed) van de Australische Kathryn Greenhill. Greenhill bleef nog onder mijn radar, maar doet schitterende dingen met de Free concepten van Chris Anderson en Kevin Kelly. Belangrijkste vraagstuk daarin is hoe bibliotheken, die deel uitmaken van de distribution and access industry in de opkomende gratismodellen (zie ook mijn post Freeconomics) een meerwaarde kunnen leveren = being better than free. Door findability, interpretatie, personalisatie en zoeken naar generatives (meerwaarden die niet kunnen worden gekopieerd op het net). Meer daarover ongetwijfeld in volgende blogposts.

ULearn UGame was vandaag ook al blogvoer voor Jan Klerk, en er zullen ongetwijfeld nog vele andere bibliobloggers volgen.


I see you: marketing voor preschoolers, kids, tweens en teens

Welcome to the marketing world. Een luidruchtige wereld die bibliotheek-, ja zelfs cultuurmensen, even met verstomming slaat.

ICU (lees ‘I see you’) is een tweejaarlijks marketing event dat zich richt op marketing voor kinderen en jeugd. Gimmick en setting was dit jaar het thema Wrestling. Interessant als concept (presentaties vanuit de ring), vermoeiend door het gebazel van twee table officials in slecht Engels.

De ochtend was vrijwel geheel gewijd aan Nickelodeon, een wereldspeler op het gebied van entertainment voor kinderen. J. Alison Bryant, auteur van enkele boeken over kinderen en communities in de media, ziet games als een grote kans voor de klassieke media, onderwijs en de reclamewereld. Een grote bedreiging is de enorme voorzichtigheid waarmee zowel onderzoekers als developers zich moeten wapenen om de Amerikaanse Children Protection Act niet voor de borst te stoten.

De markt bij de Preschoolers (2-5) groeit in de VS zeer sterk, met de ontwikkeling van kleuterconsoles van VTech en LeapFrog. Kids (6-9 jaar) zoeken beschutting in steeds dezelfde, veilige virtuele werelden als Webkinz, Club Penguin, Nick jr. en Neopets. Tweens (10-12) zijn de zwaarste gamers, zoeken naar een online identiteit en ‘like being able to constantly talk to another person’.  Bij Teens heb je de hardcore gamers die filmpjes op YouTube zetten van hoe ze een NPC in Runescape hebben verslagen, en de zelfverklaarde niet-gamers. Niet-gamers spelen wel massaal snack-sized games, verslavende eenvoudige spelletjes om de tijd te doden. Beide profielen vinden we massaal terug achter de pc’s van de bibliotheek.

In de namiddag presenteerde Joeri Van Den Bergh van Insites de boeiende resultaten van een visueel etnografisch onderzoek van veertig 13 tot 17-jarigen (jongeren fotografeerden bv. hun slaapkamer en benoemden hun favoriete spullen, gaven aan met wie ze sms-ten, etc.).

Lees de rest van dit artikel »


Games

De U Play 2? studiedag van de Vlaamse Overheid (14 november, Groep T Leuven) bood een reeks van korte onderhoudende presentaties over evoluties op het gebied van computergames. Wat vooral opviel was de wetenschappelijke sérieux van het discours. Games behoren niet langer tot de subcultuur en ‘gamevorsers’ studeren blijkbaar bij bosjes af …

Kan ook niet anders als een 64% van de Belgische 8 tot 18 jarigen (en 88% van de jongens) zich ‘alone together’ ledig houden met casual games, first person shooters en massive multiplayer online role playing games. Of met andere woorden een business laten draaien van 23 miljard dollar per jaar, waar een blockbusterspel als Halo 3 of Resident Evil 5 ontwikkelen al snel 50 tot 100 miljoen dollar kost.

Lees de rest van dit artikel »


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.