Apestaartjaren is een tweejaarlijkse studiedag van Jeugdwerknet en Graffiti Jeugddienst. Centraal staat telkens de publicatie van een onderzoek naar mediagebruik en mediabezit bij jongeren; het onderzoek 2010 werd geleid door de IBBT-onderzoeksgroep Media & ICT (MICT) van UGent, en bevroeg 1725 jongeren uit 18 Oost-Vlaamse middelbare scholen.
MICT maakte onderscheid tussen drie profielen:
- jongeren met een mediarijke slaapkamer: gsm, mobiele game console, mp3-speler / televisie, computer, game console beschikbaar op de eigen slaapkamer (vaker jongens, eerder bij beroeps- of technisch onderwijs)
- jongeren met een mediarijke omgeving: gsm, mobiele game console, mp3-speler / andere media in de huiskamer
- jongeren met een relatief beperkt mediabezit: gsm, mp3-speler / televisie, computer in de huiskamer (vaker meisjes, minder gaming)
Een paar bevindingen uit het volledige rapport:
- 97% heeft een gsm, gemiddeld 39,21 sms-jes per dag, gemiddeld 1176 sms-jes per maand, eerste gsm op 11,18 jaar, mobiel internet in de lift (dankzij gratis Netlog/Facebook-sessies van operatoren)
- jongeren gamet gemiddeld 1,5 uur per weekdag, jonger dan 14 jaar vooral mobiele game consoles: PSP voor jongens en Nintendo DS voor meisjes
- 97% heeft een computer thuis, 69% heeft een eigen computer, top gebruik is muziek, video en chatten
- favoriete websites zijn Youtube (993), Netlog (913), Facebook (889) en pas veel lager volgt Hotmail (360), verder volgen elektronische leeromgevingen en spelletjessites
- jongeren communiceren via een bepaalde technologie met een bepaalde doelgroep: telefoneren met (groot)ouders, sms-en met beste vriend(in)en, sociaalnetwerken/chatten met vrienden, e-mail wordt meest geassocieerd met leerkrachten, leiding jeugdbeweging of sportclub
- een waarschuwend vingertje aan het eind: Informatie opzoeken, selecteren en kritisch interpreteren of media strategisch inzetten in het dagelijkse leven: de ‘digital natives’ zijn helaas nog niet van alle markten thuis. Jongeren mogen dan wel vingervlug zijn op het internet of met hun gsm, media gebruiken maakt ook deel uit van een leerproces. [...] Er ligt dus zeker een weg vrij voor media-educatie.
Apenstaartjaren vervolgde met een aantal keuzesessies. Koen Denolf van marketingbureau Markee kwam traag op gang, maar zette de uitdagingen, gevaren en regels van virale marketing op een rij met massa’s voorbeelden. Hij benadrukte het belang van seeders (invloedrijke sociale netwerkers, lijsten op bv. Adhese) om je boodschap viraal te verspreiden. Daarvoor moet je boodschap wel een seeding hook hebben, een interessant technologisch, creatief of opiniërend ‘haakje’ dat je zaadje blogvoer maakt. Verder komen ook branded utilities meer en meer op, zoals de zonneradar.nl van het Nederlandse witbier Wieckse.
De kennismaking met Netlog in een andere sessie was louter functioneel gericht. Wie ‘donkere krochten’ en visionaire API’s zoals op Facebook zoekt, komt bedrogen uit. Zelfs de béta redesign van Netlog is stevig dichtgetimmerd. Je kan adverteren als brand vanaf 2500 euro en anders moet je je wenden tot groepen à la Facebook.
De dag werd afgesloten door Tom Palmaerts van Trendwolves. Waar blijven die trendwatchers het toch halen elke keer opnieuw? 2009 was het jaar van defriending, e-holiday en e-suicide, vanaf 2010 worden sociale netwerken echt geïmplementeerd in markten en sectoren. Kernwoorden daarbij zijn: mobile, inline, lokaal, augmented, real life, control, things, new economy en lifestyle. Online en offline lopen door elkaar, zoals de bakkerij die twittert dat de broodjes warm zijn, sociale netwerken komen van pas in het pashokje via Just Bought It en jongeren zien het internet enkel nog via het schermpje van hun mobieltje, dus via hun sociaal netwerk. Facebook of Netlog down = ‘t internet is kapot.